Bij de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak heeft koper, niet handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf, recht op bedenktijd. Gedurende drie dagen na de terhandstelling van de koopovereenkomst aan koper, heeft koper het recht gedurende de koop te ontbinden (artikel 7:2 lid 2 Burgerlijk Wetboek). De bedenktijd duurt drie dagen en begint om 0.00 uur van de dag die volgt op de dag dat de tussen partijen opgemaakte akte (in kopie) aan de koper ter hand is gesteld.

De term ‘terhandstelling’ blijkt niet altijd duidelijk te zijn, waardoor nogal eens discussie ontstaat over het begin en het einde van de bedenktijd van koper. 

Tussen partijen is in geschil of koper de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met een beroep op artikel 20 van de koopovereenkomst (in de NVM koopakte eengezinswoning artikel 17) tijdig heeft ontbonden. Ter beoordeling van het geschil acht de rechter het van belang op welk moment de in artikel 20 van de koopovereenkomst genoemde bedenktijd is ingegaan en geëindigd.

Op 14 mei 2009 heeft koper een door verkoper ondertekend exemplaar van de koopovereenkomst ontvangen. Koper heeft dit exemplaar op 14 mei 2009 ondertekend en van enige door haar geparafeerde wijzigingen voorzien. Op dezelfde datum heeft koper het exemplaar, ter parafering door verkoper, doen toekomen aan diens makelaar. Op 15 mei 2009 heeft koper een afschrift van de mede door verkoper geparafeerde koopovereenkomst ontvangen. Op deze datum heeft de terhandstelling aan koper dus plaatsgevonden. Dit blijkt mede uit de door koper ondertekende en op 15 mei 2009 gedateerde ontvangstbevestiging.

Mede gelet op de inhoud van artikel 7:2 lid 2 Burgerlijk Wetboek, waarin de terhandstelling van de koopovereenkomst aan koper wordt gekoppeld aan de afgifte aan koper van een ontvangstbevestiging, kan niet anders worden geoordeeld dan dat de ontvangstbevestiging de terhandstelling van de koopovereenkomst bevestigt, en daarmee de aanvangstermijn van de bedenktijd markeert.

De bedenktijd is dus ingegaan op 16 mei om 0.00 uur en eindigde op 19 mei 2009 om 24.00 uur. Op dinsdag 19 mei 2009 heeft koper een beroep op de bedenktijd gedaan. Verkoper en diens makelaar waren van mening dat koper één dag te laat was, waardoor hij geen beroep meer kon doen op zijn bedenktijd. Bij de beoordeling heeft de rechter gekeken naar de datum waarop koper een afschrift van de door beide partijen ondertekende koopovereenkomst heeft ontvangen en naar de ontvangstbevestiging. Koper heeft tijdig een beroep gedaan op zijn bedenktijd.

Op het moment dat koper een door beide partijen getekend exemplaar van de koopovereenkomst in handen krijgt, vindt de terhandstelling plaats. De dag erna begint de bedenktijd dus pas te lopen. Om discussie te voorkomen doet verkoper er goed aan een ontvangstbevestiging van koper te verlangen. Zo weet verkoper precies wanneer de bedenktijd van koper begint en eindigt.